Hoe geven we boodschappen aan onze kinderen?

Dit kan op diverse manieren, door bijvoorbeeld

Voorlezen: voorlezen prikkelt de fantasie en door herhaling leren kinderen heel veel woorden. Met het thema/inhoud van het boek kun je heel veel boodschappen overbrengen.

Schootspelletjes: je communiceert met het lichaam, aanraking en je stem. (Je geeft het kind geborgenheid en liefde, het mag er zijn door aanraking) Kinderen leren zo hun lichaam kennen. Op deze manier kun je ook heel veel boodschappen overbrengen.

Advertenties

Welke boodschappen geven we kinderen?

Wees alert als je lacht om een kind. Bijvoorbeeld als je lacht als een kind iets doet wat niet mag. Terwijl je zegt dat ’t niet mag. Wat voor signaal geef je dan? Je leert hiermee misschien juist het tegenovergestelde van wat je zegt.

Om te kunnen communiceren met een kind, heeft een kind rust nodig. Als ouders vakantie hebben, brengen ze de kinderen vaak wel naar “normale” opvangadressen etc, kinderopvang…. Onder andere de kinderopvang is voor kinderen ook keihard werken. De hele dag spelen en communiceren met 8 tot 16 kinderen. Thuis krijgen de kinderen echte rust. Bij het KDV niet. Er zijn natuurlijk wel rustmomenten op het KDV, maar thuis is het veiligste plekje voor een kind.

Spreek duidelijke taal. Uitleggen is niet altijd nodig, dit kan door te veel woorden juist verwarrend werken. Als je te veel uitleg geeft snapt een kind er vaak al niets meer van.

Rust, regelmaat en ruimte …

Bied een kind regelmaat en rust.
Een kind is in staat te luisteren en te doen wat er gevraagd wordt vanuit zijn eigen ritme. Als dit niet kan of wordt gedaan (in eigen rust en regelmaat) dan wordt het kind lichamelijk ontregeld, en emotioneel ontstemd. Het gaat slechter slapen, vaak minder eten en de ontwikkeling lijdt er onder. Ook heeft het effect op de concentratie en wordt het kind onhandelbaar.
Geef kinderen de ruimte om vragen te stellen!
Zo kunnen kinderen nieuwsgierigheid ontwikkelen, door als volwassene de ruimte en tijd te nemen om kinderen antwoord te geven op hun vragen. Kinderen kunnen op deze manier leren vragen te stellen en grip te krijgen op de omgeving en de wereld om hen heen.
Bied kinderen voldoende slaap.
Slapen is belangrijk voor het rijpen van de hersenen. Ook rusten hoort hier bij, bijvoorbeeld tussen de middag even een rustmoment, ook al slaapt het niet. Dit geeft ruimte om (voor bijvoorbeeld een uurtje) zonder extra prikkels dingen te verwerken. Dit kan het beste totdat het kind naar school gaat. Het is dus niet zo dat we een kind vaak van tevoren moeten laten wennen om niet te rusten of te slapen. Bied het juist zo lang mogelijk aan voor het rijpen van de hersenen.
(Bron: “Spraakmakend, communiceren met het jonge kind” van Hanneke poot-van der Windt)

Wat willen we kinderen vertellen?

Wees consequent en wees duidelijk.

  • Regels geeft kinderen houvast en geeft hen duidelijkheid.
  • Als kinderen grenzen opzoeken, blijf dan consequent, kinderen twijfelen dan niet aan zichzelf.
  • Kinderen jengelen en zeuren omdat het aangeleerd gedrag kan zijn. Wanneer het iets oplevert leren ze om te blijven jengelen en/of zeuren. Blijf dus consequent, als iets onduidelijk is blijven ze naar  grenzen zoeken.
  • Men zegt altijd samen spelen is samen delen, maar een kind t/m 5 jaar kan nog niet delen, zorg er dus voor dat er meer speelgoed van hetzelfde is.
  • Tussen 6 maanden en 8 jaar oud leert een kind gehoorzamen. Als een kind bijvoorbeeld geen jas aandoet, mag het niet naar buiten.    !!Dit is een gevolg van het gedrag, geen straf!!
  • Gebruik van beloningssystemen, levert spanning op. Bijvoorbeeld een sticker geven wanneer het geplast heeft. Als het kind niet kan/hoeft te plassen straf je het indirect dus, door geen sticker te geven.
  • Sorry zeggen heeft niet zoveel zin. Zeg maar “sorry” en het is klaar, dat is wel erg gemakkelijk en het is een leeg woord. Geef het slachtoffer aandacht en vraag het slachtoffer wat de “pester” moet doen om het goed te maken.
(Bron: “Spraakmakend, communiceren met het jonge kind” van Hanneke poot-van der Windt)

Wat willen kinderen vertellen?

De boodschappen aan en voor kinderen. Hoe dragen we die over?

  • Goed luisteren. Baby’s brabbelen (vertellen) al heel veel.
  • Geef het kind gerichte aandacht. Dan voelen kinderen dat ze er mogen zijn, dat er naar ze geluisterd wordt.
  • Luister zonder commentaar. Laat het kind goed praten. Ook als het even stil is, gewoon laten praten, niet inbreken. Ook dan krijgt het kind het gevoel dat het er mag zijn. Krijgt het zelfvertrouwen.
  • Praat veel tegen jonge kinderen, blijven praten, dit is goed voor de taalontwikkeling. Let op, wel volwassen praten, gebruik bijvoorbeeld geen verkleinwoorden!
  • Veel herhaling aanbieden, zoals bijvoorbeeld altijd hetzelfde boekje. Door de herhaling leren ze de woorden en kunnen ze de woorden gebruiken.
  • Gebruik korte zinnen, dan begrijpen kinderen het beter.

 

Wat willen we kinderen vertellen?

We willen een kind graag vertellen dat we van ze houden, dat ze er mogen zijn. Er zijn verschillende manieren om deze boodschap te uiten:

• Samen zijn: boekje lezen, knutselen, knuffelen, voetballen, spelen, aandacht.
• Aanraken: aai over de bol, strelen.
• Praten: samen praten over de dag, wat ze hebben gezien/gedaan, luisteren.
• Kadootje: dit kan voor sommige kinderen voelen als aandacht, even een sticker of een pennetje (kleinigheidje).
• Dienen: “Ik wil het graag voor je doen, kom dan help ik je”. Als je ‘soms’ helpt is het een attentie.

Afscheid nemen

Het is belangrijk dat ouders zelf afscheid nemen. Bij het afscheid is het belangrijk dat ouders knuffelen, het kind aankijken, iets persoonlijks zeggen. Als het kind verdrietig is kan het helpen om als ouder het kind af te leiden met een spelletje of een boekje lezen. Wanneer het kind toch huilt als de ouders weggaat is het verstandig dat de leidster het kind niet overneemt maar dat de ouder heel duidelijk het kind overgeeft.
Het is belangrijk dat de ouders het kind thuis al voorbereiden op het afscheid wat straks gaat komen. Eenmaal op het kinderdagverblijf mag je best benoemen wat voor gevoelens er zijn. Wees open over de gevoelens, het mag er zijn. Soms helpt het dat de ouder ook het gevoel benoemt, begrijpt wat het kind voelt.

Ook bij ophalen is er rust nodig. De gesprekken over hoe het is gegaan vandaag, worden meestal gevoerd met de ouders, over het hoofd van het kind. Probeer het kind erbij te betrekken.